Niets en alles

Je kent het wel. Van die dagen dat je cola niet smaakt, dat je thee precies afwaswater is en je je tomaat precies liever tegen de muur zwiert dan opeet. Ik heb geen honger, want het is niet zo’n dag. Nee. Zo van die dagen dat je niet weet wat met jezelf aan te vangen. Dat je lichaam geen voorkeur geeft aan links of rechts. Dat het liever wat staart. En dan denk je wat muziek te luisteren. Maar het gaat van het ene nummer naar het andere. Je vindt je goesting niet. Van The Doors naar The Strokes, van Daughter naar London Grammar en terug. Maar het gaat niet. De cola smaakt naar metaal. En je thee is een flauw aftreksel, bijna zuur zelfs. Die tomaat ligt er maar verdrietig bij en je denkt: ‘verman je toch een beetje, stuk onbenul’ en verontschuldigt je al gauw omdat dat ronde ding er niet aan kan doen dat jij je zin niet vindt. Om dan vlug weer te beseffen dat het een ding is en het helemaal geen verontschuldiging hoeft – om je dan nog eens te verontschuldigen.

Een potlood grijpt je aandacht. Je pakt een blad. Jamaarennuhé. Denk je alweer. Streep trekken. Nop. Blad en potlood aan de kant. Boek. Twee zinnen. Jezus, wat een onzin. Terwijl je een van de meest magistrale schrijvers aan het lezen bent. Het licht schijnt te hard, de muziek staat te luid, je bh jeukt en je buik rolt over je broek. Nee, niets staat, zit of ligt goed vandaag. Een sms naar je lief. Nee toch maar niet. Die vriendin eens bellen. Goh. Waarom. Details over X en Y en het nieuwe album van Z weet ze toch al. Nieuwssite V voor de duizendste keer doorscrollen, beseffen dat je helemaal niet aan het lezen bent. Naar beneden lopen, weer naar boven gaan. Eens naar de wc gaan, vooruitstarend de urine laten lopen. Staren en beseffen dat je al lang klaar bent. Eten. Met tegenzin. Eten op je maag. Afwas. TV kijken. Allemaal met tegenzin.

En dan is het avond. En besef je dat je niks gedaan hebt. Buiten de cola toch maar naar binnen kappen. En de thee staat er nog. De tomaat ligt terug in de koelkast. Jij ligt in bed. Denkend. Peinzend. Wat voor een dag was dit nu weer?

Het beestje heeft geen naam. Ik noem het ‘zin hebben in alles maar tegelijk ook in niks’. Wat doen jullie op zulke dagen?

Advertenties

Lijf, ik wil mijn leven terug.

Enkele maanden terug werd er bij mij de ziekte fibromyalgie geconstateerd. Het was na jaren vermoeidheid en kwaaltjes een opluchting. Eindelijk kon ik op mijn lauweren rusten. Ondertussen zijn we bijna een jaar verder en lijkt het alleen maar te verergeren. Erger nog: ik kan niks meer. Als ik ergens heenga, ben ik na twee uur doodop. Wandelen doet pijn. Zitten is lastig. Fris opstaan lukt voor geen meter meer. Ik slaap voldoende, meer dan vroeger zelfs, maar het haalt geen sikkepit uit.

Ik was een enthousiaste tiener, haalde normale resultaten op school en deed in het weekend en de week nog 1001 hobby’s. Op de hogeschool verschoven die hobby’s naar uitgaan en amusement met vrienden. In de week op café, in het weekend feestend in de Vooruit. En nog steeds relatief goede punten halend. Tot het plots niet meer ging en de stress me overmande. En moe. Moe. Moe. Iets anders was ik niet. Niet mezelf, gewoon moe. Dat is twee jaar geleden. Nu is het terug. Moe. Moe. Moe. Deze keer zonder stress en een druk sociaal leven. Geen zin in iets omdat ik vermoeid ben. Ik toon het niet, dat wil ik niet. Ik praat er ook niet al te vaak over. Erover praten lijkt toe te geven zijn, en dat wil ik niet. Maar mijn batterij lijkt gewoon op te zijn. Zo op, dat zelfs een straat uitwandelen een hele opgave blijkt. Een douche nemen is zelfs lastig, ik lig liever in bad. Gelukkig heb ik een geweldige vriend, ouders en vrienden en valt dat enigszins op te vangen. Maar ik ben het zó moe, dat moe zijn. Ik wil weer kunnen dansen en springen ’s nachts, ik wil de volgende dag kunnen opruimen en studeren zoals dat vroeger ging. Nu doet mijn vriend alles, en slaap of rust ik. Omdat het niet meer gaat. Gaat het dan wat beter, dan is het na me even in te spannen alweer om zeep. En ik weet dat me forceren geen zin heeft, maar ik ben 22. Ik wil mijn jonge lijf terug. Ik voel me 60. Ik voel me soms rijp om in een rolstoel te gaan zitten. En dit allemaal op te geven.

En dat werkt op alles. Geen geloof meer in mezelf, geen geloof dat het nog zal beteren. Anderen tot last zijn. Ik doe dat niet graag. Ik sla mezelf graag uit de slag, maar dit is geen avance meer. Ik moet op anderen rekenen, en ik vind dat vreselijk.

Ik kan alleen maar dankbaar zijn dat er zoveel mensen zijn die dag en nacht voor me klaarstaan. Bedankt. Voor alles. Jullie weten wie jullie zijn.