Doe maar

‘We zien het niet’, zeggen ze. Begrijpelijk. Het zijn twee miniscule apparaatjes die ergens hangen, op een overdekte plek. Zelfs als ze niet overdekt zijn, zijn ze moeilijk te vinden.

‘Had je het mij nooit gezegd, ik had het nooit geweten’, zei ze. Begrijpelijk. Na jaren geren van de ene therapiesessie naar de andere. Na jaren kritiek in de trant ‘je spraak is steeds een minpunt’. Ik hoor sinds vijf jaar de sisklank pas. Je kan mij weinig verwijten. Behalve dat ik erop vooruit gegaan ben dan qua spraak.

‘Je redt jezelf goed’, merkt hij op. Juist. We moeten wel. Een sociaal isolement opleggen aan jezelf uit schaamte en moeite, been there, done that. Het is knokken tegen de hyperwereld, elke dag opnieuw. Tegen duizenden prikkels die binnenkomen en jij mag filteren.

‘Je lijkt afwezig,’ zeggen ze, ‘waarom?’. Begrijpelijk. Groepen zijn een hel voor me. Ik kan maar een persoon of twee personen tegelijk volgen. Spraak, lichaamstaal én proberen liplezen. Doe jij het me na?

‘Oh, ik heb het grapje door’, zeg ik. Minder begrijpelijk. Ik ben niet dom. Mijn hersenen filteren geluid iets langzamer omdat er meer moeite moet gedaan worden vooraleer ze van klanken woorden kunnen maken.

‘Praat eens wat luider?’, vraagt een onbekende. Minder begrijpelijk. Ik hoor mezelf niet altijd goed en dan gaat de volumeknop al eens naar beneden. Contradictorisch, inderdaad.

‘Zei jij nu juist ‘…’? ‘Nee…’ Buldergelach. Begrijpelijk. Klanken hoor ik. Woorden in mindere mate. Geluid wordt in een context gemalen tot zinnen, tekst.

‘Je Frans trekt op niets.’ Begrijpelijk. Als ik mijn eigen moedertaal soms met moeite versta.

Ik ben slechthorend. Matig. Ik bevind me in een categorie van het gehoorgestel van een 80-jarige. 21 ben ik. Aangeboren, niks aan te doen. Kapot is kapot.
Draag maar hoorapparaten. Ga maar naar de logopedie. Volg een lipleesles. Doe maar speciaal in de klas als je geen test kan  mee doen. Negeer mij maar. Lach maar. Herhaal honderd keer wat je zei. Zorg voor gunstige omstandigheden. Praat wat trager. Articuleer een beetje meer. Bel me maar. Roep me maar.

Maar veroordeel me niet. Mijn beperking is niet wie ik ben.

Advertenties